De Kerstgedachte

Een lange tijd zonder blog, een paar onafgemaakte drafts gaven me een onbevredigend gevoel en de drukte van de afgelopen maanden liet geen ruimte om iets te schrijven waar ik echt tevreden mee was. Nu het dan ‘kerstvakantie’ is krijg ik net als velen de melancholische neiging om terug te kijken, te reflecteren en te romantiseren. De feestdagen zorgen bij velen voor een opleving van filantropische gevoelens. Nu het CPB publiceert dat Nederland zich voor het eerst sinds jaren in hoogconjunctuur bevindt en dat de economische groei zich ook in 2018 zal voortzetten voelt men: ik moet iets terugdoen! Op deze eerste kerstdag een korte blog over geld & goede doelen.

muppets2Er is genoeg onheil in de wereld waar de weldoener zijn steentje aan kan bijdragen. Deze week was een ‘clusterfuck’ aan rampen voor de Filipijnen, 3FM zamelde geld in om verscheurde families in crisisgebieden weer bij elkaar te brengen, het aantal insecten in Nederland blijkt dramatisch af te zijn genomen. De vluchtelingencrisis is over zijn hoogtepunt maar de nood aan middelen is daarmee niet weg, Naast Syrië, Eritrea, Israël-Palestina en Haïti zijn er nog talloze crisisgebieden over de hele wereld verspreid. Zie hier de Conflictenteller voor een geografisch overzicht en de verhalen achter deze brandhaarden. Daarnaast voel ik na het kijken van Over mijn lijk weer een sterk gevoel van machteloosheid en onrecht. We zijn bij de Iphone 24X aanbeland maar hebben nog steeds geen medicijn hebben uitgevonden voor nare ziektes waar de patiënt niet hondsberoerd van wordt. Naast noodhulp doet Nederland ook veel aan ontwikkelingshulp, hoewel de zin daarvan nog niet ontegenzeggelijk bewezen is. Tel daar bedreigde journalisten, ten onrechte vastzittende gevangenbedreigde diersoorten en vervuiling en ontbossing naast en je voelt je haast murw geslagen in deze slecht-nieuws-show. Niet gek dus dat wij als veelal blanke, welgestelde, gezonde mensen in een land wat op de 6e plek staat als het gaat om geluk, de drang voelen om iets bij te dragen.

Toch voel ik mij soms een soort Scrooge als ik niet klakkeloos mee ga in deze polonaise van liefdadigheid. Ik wil graag wat geven, maar ik wil wel het gevoel hebben dat wat ik doe wat uitmaakt, in plaats van dat ik alleen maar mijn eigen schuldgevoel aan het sussen ben.  Ook voel ik me eigenlijk per definitie ongemakkelijk als ik moet kiezen tussen verschillende doelen. Ik kan mijn geld maar één keer uitgeven en hoe kan ik hongerige kindjes vergelijken met gemartelde vrouwen of het beschermen van onze oerbossen? Wie is er zieliger en waarom? Daarom schrijf ik deze blog om, vooral voor mezelf, te onderzoeken waarom we geven aan goede doelen en hoe we onze keuze het beste kunnen bepalen.

Altruïsme wordt vaak onderzocht aan de hand van het doneren van bloed. Dit is omdat iedereen grofweg evenveel bloed bezit, en het dus voor een rijk of arm persoon van gelijke waarde is. Je krijgt er (in de meeste landen) ook niks voor terug, er kan dus ook geen verscholen agenda of handig belastingaftrekje achter zitten. Uit resultaten van Kieran Healy blijkt dat het vooral jonge mannen zijn die doneren, en er blijkt een positieve (maar niet zeer robuuste) relatie te zijn tussen het geven van bloed en opleidings- en inkomensniveau. Mensen die zelf ooit een transfusie hebben ontvangen zijn vaker donor, wat aangeeft dat het meer een geval van reciprociteit is dan van puur altruïsme. Toch zal het gros van de donors die ervaring zelf nooit hebben gehad. Mensen die vaak naar de kerk gaan geven vaker bloed, en sterker nog, voor mensen die in een gebied wonen waar veel kerkgang is geldt dit ook.

Ondanks mijn onfeilbaar in de wetenschap wil ik deze resultaten ook even duiden met wat persoonlijke ervaring. Zelf ga ik ook een paar keer per jaar naar de bloedbank om plasma te doneren. Waarom ik dit doe? Het eerste is denk ik het gevoel van waardering. Als je naar de bloedbank gaat word je warm ontvangen door alle lieve vrijwilligers, met warmtedekentjes en roze koeken. Het prikken is even vervelend maar je gaat altijd weg met het gevoel dat je wat goeds hebt gedaan waar je weer even op voort kunt teren. Zo doe je iets geven aan een ander toch vooral voor jezelf. Ook hoef ik met bloed doneren niet bang te zijn dat er grote inefficiëntie is of iets aan de strijkstok blijft hangen. Ondanks de schandalen over de exorbitante beloning  van de directeur van Sanquin, kan ik er toch vrij zeker van zijn dat mijn bloed wordt ingezet daar waar het het hardste nodig is. Met geld zit dat heel anders.

Als we verder kijken naar andere vormen van gulheid denk ik ook dat het credo ‘je geeft aan een ander vooral voor jezelf’ ook opgaat. Niet voor niets zijn grote acties voor goede doelen vaak een succes omdat ze de gever een gezicht geven: even met je berichtje op de radio of zwaaien naar het glazen huis. In Nederland lijkt hier nog een beetje een ‘vies geurtje’ aan te zitten, in Amerika is men zoals over meer financiële zaken een stuk transparanter. Wie doneert verschijnt met zijn naam met koeienletters op de naam van het Universiteitsgebouw, op een kerkbankje of in de krant of wordt omgeroepen in het Football Stadion.

Een andere hypothese is ook van egoïstische aard maar dan anders vermomd. In de politiek of in andere discussies over normen en waarden gaat het vaak over wat eerlijk of oneerlijk is. Maar wie bepaalt dat? Rawls, een Amerikaanse filosoof, heeft hier een stelling voor bedacht in 1971 en ik ben tot op heden geen betere tegengekomen. Volgens Rawls kan een eerlijke inkomensverdeling bereikt worden door te redeneren vanuit de ‘veil of ignorance’ (sluier van onwetendheid). Dit houdt in dat je jezelf moet afvragen; hoe zou je de maatschappij inrichten als je niet zou weten waar en als wie je morgen geboren wordt? Vanuit deze gedachtegang is ook liefdadigheid te verklaren vanuit een economisch optimalisatiebegrip: als ik morgen die bedelaar naast de Albert Heijn zou zijn, zou ik ook graag willen dat er een goed sociaal vangnet is, voldoende solidariteit en dat gul geven onderdeel is van onze cultuur.

Hier aan verwant is het besef van privilege. Als 21e-eeuwse jonge mensen zijn wij opgegroeid met het idee van de maakbare samenleving. Dit leek vooral tot de crisis van 2008 het credo: alles wat je wilt bereiken kun je bereiken door hard werken. Ik put trots uit het feit dat ik dat laatste volgens mij best wel gedaan heb. Toch besef ik ook dat mijn kansen er heel anders uit hadden gezien als ik niet in het warme, welgestelde gezin in Heemskerk was geboren maar in plaats daarvan als kind van een alleenstaande, verslaafde moeder, deel van een etnische minderheid of in een oorlogsgebied. Het besef van dat privilege maakt ongemakkelijk en daarom wil je graag iets terugdoen.
Economisch onderzoek laat ook zien dat boven een bepaald inkomensniveau meer geld niet gelukkiger maakt. Wel zijn we gevoelig voor relatief inkomen; we willen net iets rijker zijn dan de buurman. Maar te veel ongelijkheid in een land doet afbreuk aan ons geluksgevoel, daarom is het hele land uiteindelijk Pareto beter af als er meer wordt herverdeeld.

Wat moeten we nu met deze cynische economische visie op de kerstgedachte? Ik zou een scala aan onderzoeken aan kunnen halen waaruit blijkt dat ontwikkelingshulp vaak niet effectief is, dat de institutionele inrichting van de medicijnindustrie ervoor zorgt dat de middelen die het hardst nodig zijn niet goedkoop beschikbaar zullen komen en dat er veel inefficiëntie is in de besteding van fondsen. Toch is dat niet de kern. Ik denk dat we best mogen accepteren dat we vooral schenken aan een ander om onszelf een goed gevoel te geven. Hierbij zal automatisch gelden dat we ons het meest aangetrokken voelen tot rampen en slachtoffers die ons het meest dichtbij staan en waar we veel van in herkennen.  Ook dit gevoel is in een wetenschappelijke formule gevat: hoe erg we een humanitaire ramp vinden hangt niet alleen af van het aantal slachtoffers, maar ook (invers) van de geografische afstand tot ons, het aantal kinderen dat erbij betrokken is en in hoeverre er een herkenbare factor in zit: ‘dit had mij ook kunnen overkomen’.

Hiermee wil ik dus eindigen met een enigszins positieve kerstboodschap. Als je het kunt missen, geef dan vooral wat aan een goed doel wat je zelf na aan het hart gaat. Geven maakt gelukkig. Daarnaast is het een volledig rationele actie als je redeneert vanuit de sluier der onwetendheid. Bedenk wel dat je je geld maar één keer kunt uitgeven, dus laat je niet te snel ompraten vanuit een schuldgevoel als je aangeklampt wordt door iemand met een clipboard (of tegenwoordig Ipad) in de binnenstad. Voor wie het financieel niet te breed heeft: bij de bloedbank hebben ze hele lekkere koeken. Daarnaast is je tijd vaak het meest waardevolle wat je kunt schenken. Ga klaverjassen in het bejaardentehuis of geef Nederlandse les aan een immigrant, of raap gewoon eens een stuk plastic op van de grond. Zo kwam het toch nog goed met deze zelfoptimaliserende econoom op eerste kerstdag.

“Bah,” said Scrooge, “Humbug.” 

muppets

 


One thought on “De Kerstgedachte

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s