Gele hesjes, groene bubbels en gouden vinkjes

Om te proosten op het nieuwe jaar drink je bubbels. Sinds een jaar of 20 kennen we echter ook andere bubbels. In 2000 knapte de ‘DotCom-bubble’ en zagen aandeelhouders hun torenhoge koerswinsten als sneeuw voor de zon verdwijnen. In 2008 spatte de housing price bubble in de Verenigde Staten uit elkaar en bleek dat de gehele wereldeconomie middels dunne draadjes uit de financiële wereld met elkaar verbonden was. Sinds de verkiezing van Trump, het Brexit referendum, het Cambridge Analytica schandaal van Facebook en andere gevolgen van nepnieuws leerden we dat er ook sociale bubbels bestaan, die juist heel moeilijk door te prikken zijn.

chapagne

Op het Ministerie van Financiën werd dit jaar het nieuwe jaar ingeluid met een ‘bubbelcollege’ door Joris Luyendijk. Luyendijk is anthropoloog, journalist en schrijver van verschillende boeken. Momenteel is hij aan het onderzoeken hoe het kwam dat veel mensen, waaronder hijzelf, de verkiezing van Trump en de ‘leave’ uitslag in het Verenigd Koninkrijk totaal niet zagen aankomen. Op mijn werk kwam hij langs met een aangepaste versie van de theatertour die hij momenteel aan het houden is, waar hij ons voorhield in wat voor bubbel wij eigenlijk leven en hoe dit onze keuzes en blik op de wereld beïnvloedt.

Een goede wetenschapper en journalist begint met observeren, waarna het deductief afleiden begint. Luyendijk observeerde dat er 7 vinkjes waren die in de Westerse wereld voor een groot deel bepalen hoe invloedrijk en welvarend je kunt worden. Deze zijn in willekeurige volgorde:

  1. man
  2. blank
  3. geen (niet-westerse) migratieachtergrond
  4. niet openlijk religieus
  5. hoogopgeleid
  6. spreekt het ‘Randstedelijk dialect’
  7. komt uit een hoog Sociaal-Economisch milieu (hoog opgeleide ouders/middenklasse)

Hoe dichter je bij de macht komt, hoe meer vinkjes mensen blijken te hebben. Mark Rutte, het epicentrum van de hoogopgeleide elite, kan ze allemaal afvinken. Treffend is hierbij ook het vergelijken van de coalitie met de oppositie: Lilian Marijnissen, Geert Wilders, Jesse Klaver, Tunahun Kuzu: allemaal bezitten ze een flink aantal vinkjes, maar missen ze er toch ook één of meerdere. Het ministerie wordt net als veel andere organisaties van de Rijksoverheid, bevolkt door mensen die veel van deze vinkjes bezitten.

Op zich hoeft een bubbel geen probleem op zichzelf te zijn. We zijn allemaal graag samen met mensen die op ons lijken, die we kunnen begrijpen zonder ons hele verleden uit te leggen. Het probleem treedt echter op door de kansenongelijkheid die ontstaat. Hierbij blijkt het laatste vinkje het ‘gouden vinkje’ te zijn. De effecten van opgroeien in een lager sociaaleconomisch milieu treden al in de kleutertijd op. En als twee kinderen in groep 8 dezelfde score op de CITO-toets halen, krijgt het kind van hoogopgeleide ouders een hoger schooladvies. Als je onderstaande grafiek van het CBS bekijkt lijkt het bijna alsof ze deze gemanipuleerd hebben; je kunt er bijna een lineaal langs leggen.

grafiekcbs

Het nare aan kansenongelijkheid is dat het probleem automatisch groeit over tijd. Kinderen van laagopgeleide ouders worden als peuters al minder voorgelezen, scoren daardoor slechter in testjes op school. Als ze dan uiteindelijk toch een goede CITO-score halen (wat waarschijnlijk betekent dat ze een stuk intelligenter zijn dan de kinderen uit andere milieus met dezelfde score, omdat ze al veel meer hordes op de weg hadden), krijgen ze een lager schooladvies. En waar het huiswerk van deze kinderen soms in de brugklas al te lastig is voor hun ouders om ze mee te helpen, worden de kinderen uit de welgestelde milieus naar bijlesklasjes en huiswerkbegeleiding gestuurd, alles wat er voor nodig is om het onderste uit de kan te halen.

Een parallel met het boek ‘Outliers’  is hier te trekken: het blijkt dat er bovengemiddeld veel voetballers in januari geboren zijn. Niet omdat deze geboortemaand een causaal verband heeft met hoge voetbaltalenten, maar omdat deze jongens in hun jeugd altijd de oudste en dus de fysiek meest ontwikkelde spelers van de leeftijdscategorie waren, en zo geselecteerd werden op hun ‘talent’. De betere begeleiding die zij hierdoor krijgen zorgt al snel voor een kloof met de rest die niet meer in te halen is.

Kunnen we dit deze ouders kwalijk nemen? Nee, uiteraard niet. Net zoals dat het een jonge student lastig kwalijk te nemen is dat hij makkelijker vrienden maakt met jongens die ook op hockey zitten, of dat een manager beter kan samenwerken met mensen die op hem lijken en die hij zonder teveel woorden begrijpt. Maar we moeten het ons wel kwalijk nemen. Deze kansenongelijkheid is namelijk de wortel van zo enorm veel problemen in de samenleving. Ten eerste missen we een enorme kluit aan talent.

Ten tweede worden nu beslissingen genomen door mensen die een groot deel van de problemen, waar ze oplossingen voor moeten bedenken, nooit van dichtbij meegemaakt hebben. Nu is dit als ambtenarij wellicht nog niet zo’n probleem, aangezien wij voornamelijk adviseren en uitvoeren, maar ook in de politiek, waar de beslissingen genomen geworden, is de ‘volksvertegenwoordiging’ zeker geen afspiegeling van het volk. Niemand wil graag toegeven dat zijn plek in het leven het gevolg is van geluk en priviliges, in plaats van van hard werken. Het eerste wat mensen doen, als ze geconfronteerd worden met een lijstje als dat van Joris Luyendijk, is redenen aandragen waarom ze één of meerdere van deze vinkjes niet bezitten of andere redenen waarom ze mogelijk toch niet zo gepriviligeerd zouden zijn. Toch blijkt uit onderzoeken keer op keer weer dat de plek (in de ruime zin van het woord) waar we zijn geboren zoveel van onze levensweg bepaalt. Het is lastig om je voorrecht dankbaar te accepteren, want dat betekent eigenlijk ook dat je het nadeel van een ander als zodanig accepteert en daar niets aan doet.

Sybrand Buma zei tegen de presentator van Buitenhof dat de reactie van veel mensen op klimaatregelen de volgende is: ‘Jullie denken na over het eind van de wereld, wij zijn bang dat we het eind van de maand niet halen’. Er lijkt een tweedeling te ontstaan tussen degenen die klimaatproblematiek willen aanpakken en degenen die zich vooral druk maken om de extra kosten die dit met zich mee zal brengen. Een dergelijke tweedeling doet zich ook voor rondom de vluchtelingenproblematiek: de wereldburgers die grenzen maar een kunstmatig begrip vinden, en de mensen die bang zijn dat migranten banen komen afpakken, winkels beroven en aan vrouwen zitten. Vanuit deze oogpunten gaan deze twee groepen niet nader tot elkaar komen. Er is geen begrip voor de werkelijke problemen van de ander, vooral niet vanuit de richting van de wereldverbeteraars naar de PVV-stemmers en Telegraaflezers. Zij kunnen hun argumenten minder goed verwoorden dan de hoogopgeleide linkse elite, en daarom worden ze vaak weggehoond en als lastig beschouwd. Maar het wrange is dat vluchtelingen en PVV-stemmers eigenlijk dezelfde vijand zouden moeten hebben: zolang deze groepen tegen elkaar uitgespeeld worden, winnen de vertegenwoordigers van het grootkapitaal en hoeven ze niet bang zijn dat iemand eens kritische vragen gaat stellen bij hun werkwijze. Want hoe kan het dat na 14 aaneengesloten kwartalen van economische groei de lonen nog steeds niet stijgen? Hoe kan het dat Nederland, als land van de welvaartstaat, de hoogste vermogensongelijkheid ter wereld heeft? Hoe kan het dat klimaatmaatregelen zich vooral richten op burgers en niet op het bedrijfsleven? Hoe kan het dat een verpleegkundige met de verantwoordelijkheid over mensenlevens minder verdient dan een bankadviseur die risicovolle financiële producten verkoopt?

Als we als ‘elite’ deze problemen werkelijk zo belangrijk vinden, moeten we zorgen dat het draagvlak veel breder wordt. En dat gaat niet gebeuren door alleen maar te wijzen op de rechten van de mens, de economische waarde die migranten kunnen bieden en de gevaren van de opwarming van de aarde. Dat zijn voor veel mensen holle woorden als we niet eerst de problemen waar zij dagelijks mee te maken hebben aanpakken. Herverdeling is geen doel op zich, maar een middel om te zorgen dat we als samenleving de vruchten plukken van onze welvaart. Natuurlijk mag je trots zijn als je jarenlang hard aan je carriere hebt gewerkt en een ton per jaar verdient. Maar besef ook dat er mensen zijn die in de race van het leven (zie filmpje hieronder) al meters achterlagen voordat het startschot klonk. Als je het zo bekijkt, is het feit dat je 50% belasting mag betalen eigenlijk een zegen.

Na de economische crisis van 2008 roepen veel mensen dat Economie als wetenschap kapot is, of dat het kapitalisme kapot is. Waarom zag niemand de crisis aankomen? Hoe kan het dat we in sneltreinvaart op het eindpunt van onze natuurlijke hulpbronnen afstevenen en dat de markt dit nog steeds niet reguleert?

Ikzelf denk niet dat economie kapot is. Economie is, in mijn ogen, bij uitstek een middel om dingen meetbaar te maken. Om dat te doen moet je abstraheren van bepaalde details. Het inzoomen op deze details is juist iets waar we andere sociale wetenschappen voor nodig hebben. Onze metingen en modellen zijn zeker niet altijd perfect, maar ze kunnen helpen met concrete beslissingen maken wanneer genuanceerde theoriëen dat niet kunnen. De economische wetenschap heeft ook al sinds jaar en dag het begrip ‘marktfalen’ neergelegd en uiteengezet. Niet alles moet je aan de markt overlaten. Het gevolg van 7 decennia onbegrensd kapitalisme is dat al onze instituties zijn verkleefd met de doelstelling van enkele procentpunten economische groei per jaar. Zonder groei geen rendementen, geen groeiende pensioenen, geen vanzelfsprekend oplopende huizenprijzen, geen lyrische kapitaalmarkten. Maar wat heeft die groei ons nu precies opgeleverd? Keynes, de beroemdste econoom, schreef in 1930 al dat met de trendmatige productiviteitsgroei, we weldra genoeg zouden hebben aan een werkweek van 15 uur.

Working-Hours-Since-1870-y-axis-as-zero.png
In klassieke economische modellen maakt ieder individu een afweging tussen geld, waarmee spullen gekocht kunnen worden, en vrije tijd. Want waarom zou je meer willen werken als je behoeften vervuld zijn? Echter, ieder weet dat de voorspelling van Keynes niet uitgekomen is. We zijn gemiddeld gezien wel minder uren gaan werken, maar dit komt vooral door de toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt. Af en toe voelt het alsof we ons vastzwemmen in de fuik van de economische groei: deze groei zorgt voor inflatie en drijft huizenprijzen omhoog, waardoor we steeds harder moeten werken en promoties moeten blijven maken om rond te kunnen komen. Daar komt nog eens bij dat we om te kunnen blijven groeien steeds meer ‘energie’ nodig hebben, die op dit moment nog voornamelijk uit niet-hernieuwbare bronnen komt en voor veel vervuiling zorgt. Zoals Kenneth Boulding, een andere bekende econoom, ooit zei:

“Anyone who believes in indefinite growth in anything physical, on a physically finite planet, is either mad or an economist.”

Het lijkt alsof deze blog van hot naar her gaat, maar ik denk toch dat er in gouden vinkjes, gele hesjes, groene klimaatdrammers en gekke economen een rode draad te ontdekken is. We moeten op zoek naar manieren om onze instituties los te koppelen van economische groei. Economische denktanken zijn al vele jaren op zoek naar een nieuwe maatstaf van welvaart, in plaats van het BBP, maar ik denk niet dat we hier op hoeven te wachten. Economen moeten gaan nadenken over hoe een wereld met nagenoeg 0% groei eruit ziet. Het credo ‘we hoeven ons geen zorgen te maken om herverdeling, want als de taart groeit is er meer voor iedereen’ gaat niet meer op. Decennia groei hebben de ongelijkheid doen toenemen. Welke voorwaarden zijn nodig voor een wereld waarin de welvaart die we hebben beter verdeeld wordt, tot groter geluk van iedereen en de planeet? Volgens mij zijn we als ‘elite’ met genoeg slimme mensen die dit kunnen bedenken en daadwerkelijk de touwtjes in handen hebben. Het enige wat er voor nodig is, is om toe te geven dat het een voorrecht is om te zitten waar wij zitten, en in bepaalde mate afstand te doen van onze verworven luxes. Landen waar de inkomenskloof het grootst is en waar weinig solidariteit heerst, zijn vaak geen fijne plekken om te wonen, en tegen die dip in levensgeluk kan geen nieuwe keuken of snelle auto op.

 


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s