Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid..

Een kamergenoot op mijn werk mag zich bezighouden met de fiscale aspecten van het nieuwe pensioenstelsel. Hij liever dan ik, denk ik meestal. Want afgezien van zeer interessante rekenmodellen waarmee je kunt uitrekenen wanneer je statistisch gezien zult sterven, is het vooral een hoop gepraat over doorsneesystematiek, premiestaffels, rekenrentes, persoonlijke pensioenpotjes en andere dingen waar ik instant hoofdpijn van krijg. Maar een verstandig financieel mens, zeker een beleidseconome, zou zich toch zorgen moeten maken over de toekomst van het pensioenstelsel? Zeker mijn generatie, straks is er niks meer van al dat vermogen over en moet ik tot mijn 80e doorwerken! Ben ik naïef omdat ik mijn kop in het zand steek als iemand over pensioenen begint? Of toch niet? In deze blog geef ik 4 redenen waarom je zorgen maken over je latere pensioenuitkering volledig zinloos is.

Van alle mooie plannen uit het Regeerakkoord 2017-2021  is de vernieuwing van het pensioenstelsel misschien wel het meest controversiële en spraakmakende. Het RA heet niet voor niets ‘Vertrouwen in de toekomst’. Als Nederlanders zijn wij een enorm spaarzaam volkje. Ons gezamenlijke pensioenvermogen is zo’n 1600 miljard euro, ruim 200% van ons Bruto Binnenlands Product (BBP). De dekkingsgraad van de fondsen is daarmee zo’n 94%, hoger dan vrijwel overal ter wereld, maar volgens sommigen nog niet hoog genoeg. Want we worden met steeds meer mensen steeds ouder, en de historisch hoge rendementen van de afgelopen decennia komen waarschijnlijk ook niet meer terug.

geraniums

De doorsneesystematiek, waarbij voor jonge en oude werknemers dezelfde premie (in % van het loon) betaald wordt, betekent dat de jongeren bovenproportioneel voor de ouderen betalen, dus van dit systeem wil de politiek af. Daarnaast wil men toe naar duidelijker inzicht in de individuele pensioeninleg en het individuele opgebouwde pensioen, in plaats van de bijdragen aan één grote pensioenpot en in ruil daarvoor abstracte afspraken zonder garanties bij pensionering. Maar de grote hervorming betekent dat er groepen verliezers zullen zijn, en de sociale partners komen er nog niet uit hoe deze gecompenseerd moeten worden. Hoe jonger je bent, hoe groter inherent de onzekerheid: we betalen nu wel premie, maar is er überhaupt nog wat over tegen de tijd dat ik ‘mag stoppen’?

Ik – en met mij volgens mij veel generatiegenoten – maak me daar dus eerlijk gezegd totaal geen zorgen om, en wel om de volgende redenen.

  1. We sparen al veel te veel 

    Zoals ik eerder al zei: Nederland is een land van spaarders. Paradoxaal gezien ook van grote schulden, maar dit komt vooral door onze manier van financiering van huizen door hypotheken. Nederland is een economie met een ‘waterhoofd’, dat wil zeggen dat de bancaire sector eigenlijk te groot is voor onze economie, met alle risico’s van dien bij een volgende bankencrisis. Misschien is het onze calvinistische inslag, maar we beleggen, sparen, en lenen wat af. Dit heeft zeker ook positieve kanten: macroeconomisch gezien leiden hogere besparingen tot hogere investeringen en daarmee tot een hoger nationaal product. Maar dit geldt tot een bepaald punt: als je alles spaart en niets uitgeeft, draait je economie ook niet meer. We noemen dit de ‘Golden Rule savings rate’, het niveau van sparen en consumeren dat economische groei maximaliseert. Iets zegt mij dat Nederland al aan de rechterkant van de top van de parabool zit.Het is goed om een appeltje voor de dorst te hebben, maar als je doodgaat heb je niks meer aan je geld en moeten je erfgenamen er bovendien nog een flinke klap belasting over betalen. Dit is natuurlijk lastig te plannen, je weet niet wanneer je doodgaat en wanneer de financiële tegenvallers in je leven zullen komen.  Uit recent onderzoek blijkt dat bijna de helft van de huishoudens niet genoeg financiële buffers heeft om een flinke tegenvaller, zoals een lek dak, op te kunnen vangen. Dus toch meer sparen?
    In mijn ogen is dit juist niet de oplossing. Ten eerste is een potje voor mogelijke tegenvallers iets anders dan sparen, waarbij je geld voor tijd vastzet zodat je het met extra rendement terugkrijgt na een jaar of 10, 20. Ten tweede is deze uitkomst juist een argument tégen collectief sparen. Deze huishoudens zijn veelal degenen met jonge kinderen, en in de periode dat ze het geld het hardst kunnen gebruiken zijn ze enorm aan het sparen voor hun mogelijke pensioen over 30 jaar, in plaats van het geld zelf opzij te zetten om dat dak of die wasmachine te repareren. De kosten van onze levensstijl blijft ook niet gelijk over ons gehele leven: in de jaren na ons pensioen geven we substantieel minder uit, minder exotische vakanties, avondjes uit, de kinderen zijn uitgestudeerd. Wat moet je dan nog met je ruimhartige pensioen?
    Nederland: het land met het 6e pensioenvermogen ter wereld

  2. Ikigai Gezondheid! Nee, Ikigai is het Japanse woord voor datgene waar je ‘s ochtends je bed voor uitkomt. Francesc Miralles en Hector Garcia schreven hier een boek over, en gingen naar het dorp in Japan waar het hoogste percentage centennials (honderdjarigen) ter wereld wonen: wat is hun geheim?
    Stuk voor stuk gaven deze eeuwlingen aan: stop nooit met bezig zijn. Zorg dat je elke dag iets nuttigs doet, onderhoud je dagelijkse contacten en blijf in beweging. Zonder uitzondering hadden al deze Japanners een tuin waarin ze dagelijks aan de slag blijven, tot de dag waarop ze zelf de bloemen van onder mogen gaan bekijken.Ook in Westerse samenlevingen blijkt keer op keer: mensen voelen zich gelukkig als ze zich nuttig kunnen maken. Langdurig werklozen raken hun contact met de samenleving kwijt en komen zo vaak in een depressie terecht. Nee, als je het mij vraagt is stoppen met werken de snelste manier om oud, krakkemikkig en eenzaam te worden. Nu heb ik natuurlijk makkelijk praten: doordat ik hoger opgeleid ben heb ik de luxe om meer opties te hebben en een baan te kiezen die ik echt leuk vind, en die ik ook met een ouder lichaam nog prima zou kunnen doen. Ik besef dat er ook veel banen zijn die nou eenmaal minder leuk, en lichamelijk zwaar zijn, maar die toch gedaan moeten worden. Maar daarover later meer.Ikigai-1024x833
  3. In the long run, we’re all deadWaarmee ik eigenlijk maar wil zeggen: voorspellingen of ik over 40 jaar 75% of 70% van mijn middenloon krijg, doen me niet zoveel. Ik denk eerlijk gezegd dat we veel grotere problemen hebben om ons zorgen over te maken voor de afzienbare toekomst. Is Nederland nog wel bewoonbaar als ik de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, of staat het door klimaatverandering onder water? Komen we in een periode van hyperinflatie doordat de Eurozone uit elkaar klapt? Drukt Trump op de verkeerde knop en kunnen we ons opmaken voor WOIII? Historisch gezien is het interbellum waarin we ons nu bevinden al een uitzonderlijk lange periode. “The end of history”, een toekomst zonder oorlogen is al vaker voorspeld maar dit bleek steeds weer onterecht.Volgens mij is het feit dat je nergens ‘recht op hebt’ in dit leven een les die je niet snel genoeg kunt leren. Geluk, dat hebben we wel. Dat ik nu toevallig in deze tijd, in dit land geboren ben, en daardoor al beter af ben dan 95% van de wereldbevolking, daarmee moet ik mezelf echt gelukkig prijzen. Ook geloof ik er wel in dat hard werken tot succes leidt, maar met oog voor het feit dat andere mensen ook heel hard gewerkt kunnen hebben en door pech of misfortuin een stuk minder blij en succesvol kunnen zijn. We hebben een hele mooie verzorgingsstaat in Nederland en het is een fijn idee dat je iets hebt om op terug te vallen. Maar vinden dat je recht hebt op X euro pensioen, zonder daarmee rekening te houden met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, nee dat gaat er bij mij niet in. Je best doen en hopen op een beetje geluk, dat is alles wat je kunt doen.
  4. Don’t be a lame duckEconomen hebben boeken volgeschreven over ‘contract-theory’: Hoe zorgt een manager dat een medewerker zijn uiterste best doet voor het bedrijf? Hiervoor hebben we bonussystemen, periodieken, functioneringsgesprekken en wat al niet bedacht. Dit legt meteen het probleem bloot van een vaste pensioenleeftijd: als je al weet dat je nog maar een jaar hoeft, heb je niet meer heel veel motivatie om jezelf uit te sloven in het belang van het bedrijf. Dit werd wel bewezen door “Switch”, de vertrekregeling van de Belastingdienst waarvan per abuis alleen maar bijna gepensioneerden gebruik maakten. In politicologie kent men het ‘lame duck’ (lamme eend) fenomeen: een president of burgemeester die weet dat hij in zijn laatste termijn zit, scoort beduidend slechter op alle meetbare criteria: een ondermaatse begroting, geen benodigde hervormingen meer. Nu wil ik niet alle bijna-gepensioneerden beschuldigen van koffie drinken tot de grote dag daar is, maar het zal twee kanten op werken. Een leidinggevende zal jou ook niet meer zo snel verantwoordelijk maken voor een groot project als je pensioengerechtigde leeftijd nadert, ondanks dat je met al je ervaring misschien een enorme toegevoegde waarde zou zijn.lameduck

Maar wat dan wel? Geen vast pensioen meer en maar leven in onzekerheid?
Ik heb hier al eens eerder geroepen dat het concept dat we automatisch meer betaald krijgen naarmate we ouder worden ook totaal niet logisch op mij overkomt. Op deze manier is er ook geen reden meer om jezelf nog te verbeteren en bij/op te scholen na een zekere leeftijd, en het maakt ouderen onnodig duur en kwetsbaar in de arbeidsmarkt. Betalen naar (geschatte) productiviteit dus!

In plaats van een vast pensioen zou ik ook pleiten voor
i) een soort arbeidsongeschiktheidsverzekering plus
ii) bijdrages aan een scholingsfondsen
iii) flexibele arbeidsmogelijkheden en
iv) meer aanzien en middelen voor de ‘niet-geld’ economie.

Het eerste punt zie ik voor me als een verzekering voor mensen die door zwaar fysiek werk echt moeite hebben om nog te werken. Als mensen hun hele leven hard hebben gewerkt, en echt niet meer willen en kunnen werken, dan kunnen wij dat collectief als samenleving opvangen.
Maar ik hoop dat een grote groep ook gebruik zou maken van het tweede punt. Als je ogen te slecht worden om piloot te blijven, of je rug kapot is door jarenlang zieken verplegen, maar je hebt altijd al de geheime droom gehad om basisschoolleraar of computerprogrammeur te worden, dan moet dat toch mogelijk zijn? Doordat we in mijn utopia niet betalen naar leeftijd maar naar productiviteit zul je in het begin niet veel verdienen maar wel makkelijk aan de bak komen, en met jouw ervaring breng je vast een hoop goeds in. En het is allicht beter dan een pensioen van 70% waarbij je zonder gevoel van nut thuis zit.
Het derde punt bestaat al een beetje, maar zou van mij betreft nog veel meer mogen. Bij de overheid kennen wij de PAS-regeling (Partiële Arbeidsparticipatie Senioren) waarbij men vanaf een bepaalde leeftijd steeds meer vrije uren opbouwt. Een soort deeltijd pensioen dus, waarbij je het in je eigen tempo afbouwt. Ook minder last van het lame-duck syndroom lijkt mij dan.

Dit maakt de overgang naar punt 4 ook makkelijker: het aanmoedigen van de niet-geld economie. Mensen die geen betaald werk meer kunnen of willen verrichten kunnen zich vaak enorm nuttig maken als sportcoach, mantelzorger, oppas of noem het maar op. Maar dit vindt dan wel vaak onbetaald plaats met aan de inkomenskant wederom dat vaste pensioen. Kunnen we hier niet wat slimmers mee? Senioren leveren hun bijdrage aan de maatschappij zonder dat ze daarvoor betaald worden, dat zouden we moeten aanmoedigen. Misschien kan dit door het op één of andere manier meetbaar te maken en daar weer credits of gratis zorg, lidmaatschap voor het zwembad of weet ik veel wat tegenover te zetten.

Ik weet dat ik maar wat utopisch in de lucht aan het praten ben, en dat huidige beleidsmakers en politici met veel concretere problemen worstelen als het gaat om de hervorming van het pensioenstelsel. Mijn promotieonderzoek heeft me geleerd dat er vaak een ‘lock-in’ effect optreedt waardoor we vast blijven zitten in onze oude, zeer moeilijk te veranderen instituties, al zijn die misschien niet meer optimaal als je Nederland vanaf de tekentafel zou mogen inrichten. Daarnaast heb ik als 29-jarige misschien ook makkelijk praten, wie weet denk ik er over een aantal jaar wel heel anders over. Maar toch denk ik dat we nooit het grote plaatje uit ons hoofd moeten verliezen en bedenken dat veel van de restricties die we zien, toch echt door onszelf gemaakt zijn, dus niet ‘set in stone’.

Na dit veel te serieuze verhaal zal ik eindigen met een vrolijke noot: op verschillende websites en apps kun je bekijken hoe je eruit ziet als je oud bent. Ik deed dit en gek genoeg zie ik bij het eindresultaat precies mijn oma! Dat stelt me op heel veel vlakken gerust, want als ik later net zo vrolijk en vitaal oud word als haar, dan heb ik het niet slecht voor elkaar!

 

hoe zie ik eruit


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s